| Onderdeel: |
Langere Afstanden |
| Leeftijdscategorieën: |
A-pupillen, D-junioren |
| Plaats: |
Buiten |
| Benodigde materialen: |
pilonnen, hoedjes, (touwtjespring-)touwen, zachte ballen |
(mogelijke) doelstellingen: |
Bepaalde tijd in stevig tempo rennen
Samenwerken met je groepje |
Organisatie:
Zet met pilonnen een rondje uit van ongeveer 60 meter. Zet ergens langs het rondje aan zowel de binnen als buitenzijde met hoedjes twee lijnen uit. Plaats na de hoedjes een "straf-"pilon op enige afstand van het rondje.
Stofomschrijving:
Maak groepjes van ongeveer drie kinderen. De kinderen van één of twee groepje(s) gaan bij de hoedjes staan en krijgen zachte ballen. De andere groepjes krijgen ieder een touw die alle kinderen vastpakken, dit zijn de treintjes.
De treintjes gaan om het rondje rennen.
Als een treintje tussen de hoedjes doorrent, werpen de kinderen achter de hoedjes op het treintje. Als een kind van een treintje wordt geraakt, moet het hele treintje eerst om de "straf-"pilon rennen, voordat ze weer verder gaan met het rondje. Als het lukt om de ballen te ontwijken, mogen ze gelijk aan hun volgende rondje beginnen.
Het doel is om zo veel mogelijk rondjes te rennen. Geef een tijd op waarin ze dit doen. Je kan ook een bepaald aantal rondjes opgeve.
Als het spel klaar is, mag een ander groepje bij de hoedjes staan om met de ballen te werpen.
Zorg dat de tijd tot wisselen niet al te lang is (max. 2 à 3 minuten).
Afbeelding:
Variatie mogelijkheden:
Leg enkele hindernissen neer. Bijvoorbeeld een fietsband waar het treintje doorheen gaat (zonder het touw los te laten). Een hoge horde waar het treintje onder door gaat, of enkele lagere hordes om overheen te springen.
|